Ageism en de zorg voor ouderen

Door Marjanne van EsveldMaart 2016

Mijn oom van 92 woont in een verzorgingshuis. Geschokt was ik toen ik hoorde dat hij één keer per dag een schone luier krijgt en één keer in de week onder de douche gaat. Dat dit de norm is in zijn verzorgingshuis. De eerste vraag die bij me opkwam was: waarom meten we met twee maten als het om de kwetsbaren in de samenleving gaat? Gesteld dat dit de norm is in de kinderopvang? Hoe zouden we dan reageren? Mijn aanname is dat er alom verontwaardiging zal zijn. Mijn vraag breng ter sprake in elke training, die ik geef over de aanpak ouderenmishandeling.

In deze trainingen hebben we het over risicofactoren voor ouderenmishandeling, die liggen op het intrapersoonlijke en interpersoonlijke niveau. Over het verlies van functies van de oudere en het daarmee gepaard gaande afhankelijkheid. Ook over de interpersoonlijke kenmerken die een rol spelen: de wederzijdse afhankelijkheid tussen slachtoffer en pleger en over de geschiedenis die mensen met elkaar hebben.

 Contextuele factoren

Yulia Mysyuk deed in haar proefschrift onderzoek naar de contextuele factoren en vroeg naar de zienswijze van ouderen zelf. Ze nam aan dat er in de huidige benaderingswijzen van ouderenmishandeling te veel nadruk wordt gelegd op de individuele factoren Op basis van gesprekken met ouderen spreekt ze over systeemmishandeling. Door de nadruk te leggen op de intra- en interpersoonlijk factoren wordt miskend dat veel ouderen zich (ook) mishandeld of verwaarloosd voelen door ‘het systeem’, door de manier waarop instituties zijn georganiseerd en ouderen bejegenen/benaderen.

Ageism

In Nederland is sprake van ‘ageism‘. Ageism is een combinatie van negatieve houdingen tegenover bejaarden, onjuiste opvattingen over hen, van discriminerende praktijken jegens bejaarden en van beleid van instellingen en overheden, die negatieve stereotypen over ouderen versterken. Ageism zit in het (zorg)systeem en het sluipt in vele vormen in de dagelijkse zorgpraktijk. Onder andere is het aanleiding tot en gevolg van het gebrek aan investering in ‘goede handen’; Het verhaal over de zorg aan mijn oom is illustratief. Deelnemers in mijn trainingen blijken vele voorbeelden in de eigen praktijk te kennen.

De meeste professionals hebben het beste voor met de zorg aan ouderen. Ageism gebeurt echter meestal zonder dat men het zich bewust is. De professionals zelf hebben hun eigen opvattingen over oud zijn, lijden en noodzaak van behandeling. Dat is hun goed recht. Onderzoek toont echter aan, dat de eigen normen en waarden mede bepalend zijn voor wel of niet helpen, doorverwijzen of behandelen. De visie en opvattingen sturen het handelen aan. Voorbeeld: als de oudere naar toilet moet, is het ‘nog niet de tijd’. Routine en tijdschema’s zijn leidend vanwege efficiëntie; de oude, zorgbehoeftige bewoner wordt echter niet op tijd geholpen.

Van de bejaarden ervaart 4% deze discriminatie aan den lijve. In de praktijk wordt deze leeftijdsdiscriminatie nauwelijks aangepakt. Dit probleem vooruitschuiven is ook het teken van ‘ageism’. Opzettelijke discriminatie in de zorg is strafbaar.

Effect van ageism op ouderen

Zorgwekkend is hoe de ouderen op grond van ageism zichzelf gaan zien én gedragen. Zo houden veel mensen er onbewust rekening mee dat ouderen ‘vergeetachtig, dom en traag’ zijn. Echter de ouderen die voortdurend langzaam en begripvol worden toegesproken, gaan vanzelf trager praten, denken en bewegen. Ze gedragen zich naar hoe ze gezien en behandeld worden. Ageism leidt tot minder zelfvertrouwen en eigenwaarde (North & Fiske, 2012). Een juiste aanpak tegen leeftijdsdiscriminatie is te investeren in voorlichting en training aan mantelzorgers, vrijwilligers en professionals. Bewustwording van ageism is een proces dat in gang gezet moet worden. Het gaat om de investering in begeleidingsvaardigheden als aansluiten op de vragen van de oudere en respect voor de autonomie van de oudere. Ik maak me sterk voor verbetering van de kwaliteit van ouderenzorg.

Verder lezen kunt u hier doen. Ook zeer interessant is het artikel over Systeemmishandeling van  Lindenberg,  Mysyuk en Westendorp.