Oudermishandeling: steeds vaker zichtbaar!

Door Jet van Haitsma

In mijn werk bij Veilig Thuis kom ik oudermishandeling regelmatig tegen. Er worden wekelijks huisverboden opgelegd aan 18+ jongeren (meestal jongens) die het thuis niet rustig houden. Zij worden gewelddadig (meestal naar hun moeder) als zij hun zin niet krijgen. Dan gaan zij hun moeder slaan of schoppen of zij vernielen spullen die haar dierbaar zijn.

Definitie

Onder oudermishandeling wordt verstaan: “Oudermishandeling is niet-incidenteel geweld gepleegd door een jeugdige van 12 tot 23 jaar, gericht op (een van) de ouders of verzorgers. Het gaat om herhaald en ernstig geweld en niet over hinderlijk pubergedrag. Het geweld kan fysiek en/of psychisch zijn. Ook komt het voor dat een ouder financieel misbruikt wordt of seksueel geweld ondergaat”(Movisie). Bij de politie betrof het percentage jeugdige plegers van huiselijk geweld 10 % van de meldingen (Ferwerda en Hardeman, 2013).

Het is pijnlijk om te zien hoe deze moeders worstelen om dit gedrag een halt toe te roepen. Als eerste vinden zij het moeilijk om naar buiten te treden met het verhaal dat hun kind gewelddadig naar hen is. Daarnaast vinden zij het ook moeilijk om hun kind hierop aan te spreken, zij zijn bang geworden voor deze grote (fysiek vaak groter als haar) jongen/man en houden zich rustig en geven toe zodat hij niet boos en gewelddadig wordt. Zo wordt de situatie in stand gehouden. Er wordt geen grens aangegeven voor deze jongens en zij krijgen op deze manier gedaan wat zij willen. Het gedrag is effectief.

Moeders willen ook liever geen aangifte doen, want dan krijgt haar kind mogelijk een strafblad. En zij vinden het heel erg als hun kind op straat moet slapen, als er bijvoorbeeld een huisverbod is. Dat hoeft echter niet, je kunt altijd terecht bij een nachtopvang, maar dan moet je je wel aan de regels houden en dat is voor deze jongens (mannen) heel lastig.

Risico

Alleenstaande ouders, meestal de biologische moeder, lopen het meest risico lopen (TNO en Movisie, 2013). Andere voorname risico’s zijn echtscheiding, ervaring met (ex-)partnergeweld en kindermishandeling, evenals signalen van beginnende psychiatrische en/of gedragsproblematiek bij de jeugdige pleger. Ook gezinsfactoren zoals een te rigide of een te losse opvoedingsstijl, een gebrek aan respect voor elkaar en stereotype opvattingen over genderrollen, het toelaten van grensoverschrijdend en gewelddadig gedrag kunnen oorzaken zijn van het gewelddadige gedrag. Alcohol- of drugsverslaving kunnen het geweld uitdagen. Er is een zeker verband tussen oudermishandeling en geweld in de publieke sfeer (uitgaansgeweld), en met geweld op school. In de cases die Veilig Thuis in het verkennend onderzoek aandroegen, werden deze kenmerken van slachtoffers, plegers en gezinnen naar voren gebracht.

Doorbreken

Het doorbreken van dit patroon is lastig en vergt een langere adem. Het is vooral van belang dat het bespreekbaar wordt en dat ouders actie ondernemen. Hiervoor is erkenning door professionals van groot belang. Als ouders het keer op keer melden is het goed om serieus te nemen en met de politie of Veilig Thuis contact op te nemen. Voor de kinderen/jongeren is het van belang dat zij hun verhaal kwijt kunnen. Een houding van hulpverleners die hen niet veroordeelt helpt hierbij.

Aanpak

Er bestaan in Nederland effectieve methoden om deze ouders en kinderen te helpen bij het scheppen of herstellen van gezonde kind-ouderrelaties. Deze programma’s richten zich op het omgaan met, of verminderen van gedragsproblematiek bij de jeugdige. Met het gezin wordt gewerkt aan het voorkomen van conflicten, of betere manieren voor conflictoplossing. Jeugdigen die geweld plegen vanwege een ernstig gedragsprobleem of een (latent) psychiatrische stoornis, hebben baat bij een behandeling in de eerstelijns- of specialistische jeugd-GGZ. Voor jeugdigen die ook delinquent gedrag buiten het gezin plegen, bestaan programma’s in het gedwongen kader.

Ook voor de toekomst van deze kinderen/jongeren is het van belang om uit deze vicieuze cirkel van geweld te komen. Velen van hen zullen ook een partner vinden en kinderen krijgen. Meer signalering, herkenning en erkenning van professionals en een tijdige aanpak, met onbevooroordeelde benadering zal veel jongeren en ouders een heel eind op de goede weg helpen. DOEN trainingen en advies biedt in het najaar een training van 2 dagdelen om meer kennis en vaardigheden voor deze vorm van huiselijk geweld op te doen.

 

Informatiebron:

https://www.movisie.nl/artikel/wat-oudermishandeling?utm_medium=email&utm_campaign=310516&utm_content=310516&utm_source=movisie+mail+310516

De Veilige Zorgrelatie

Naar aanleiding van het proefschrift van Yulia Mysyuk komen de volgende gedachten over de zorgrelatie naar boven. Onderdeel van de ouderenmishandeling vormt grensoverschrijdend gedrag en mishandeling, die plaats vindt in de zorgrelatie in ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen. Twee jaar geleden heeft VWS de leidraad Veilige Zorgrelatie gepresenteerd. Dit is een digitaal instrument voor de (intramurale) zorg om een veigheidsbeleid te ontwikkelen of bij te stellen.

Ik ga er altijd van uit dat mensen die met mensen werken het beste voor de ander willen en veel van zichzelf willen geven En voorop gesteld dat de afhankelijkheid van veel patiënten/cliënten groot en de zorg zwaar is. Er is echter aan de manier waarop veel verpleegkundigen en verzorgenden patiënten bejegenen veel te verbeteren. De slechte bejegening speelt zich af tussen macht en afhankelijkheid, sympathie en antipathie, de hoge werkdruk, gebrek aan deskundigheid en het (on)veilige werkklimaat van veel werknemers in de zorg. Het grensoverschrijdende gedrag van de professionals uit zich in betutteling, agressie, fixatie, rigide werkschema’s, regels en schending van de autonomie. De slechte bejegening is op zichzelf al ontoelaatbaar, maar we weten dat het ook een signaal kan zijn voor erger zoals mishandeling of uitbuiting.

Hoe kan een veilige zorgrelatie tot stand kan komen in een omgeving, waar sprake is van leeftijdsdiscriminatie, handelingsverlegenheid en een slechte aanspreekcultuur? Eerst een korte reflectie op deze begrippen. Leeftijdsdiscriminatie is overal in de samenleving aanwezig. Ook in de zorg: Ik citeer uit “Kwaliteit van zorg voor ouderen”:

Uit meerdere onderzoeken naar de kennis en houding van verpleegkundigen ten aanzien van ouderen blijkt dat bij nogal wat verpleegkundigen de kennis ten aanzien van de problematiek van ouderen onvoldoende aanwezig is. Een groot deel van de professionals in de zorg heeft een negatieve kijk op ouderen en denkt in stereotiepe beelden (ageisme). Dit ondermijnt het gevoel van autonomie en waardigheid van ouderen (RVZ advies 2012).

Slechte bejegening wordt vaak gedoogd. Professionals vergoelijken gedrag van collega’s, omdat zij zich voor kunnen stellen dat je je slecht gedraagt wanneer je het druk hebt, wanneer de oudere “weer zeurt”. Er zijn veel meer dilemma’s te noemen, waarin er wordt gezwegen in plaats van vragen te stellen. Het leidt tot handelingsverlegenheid en de oudere trekt dan aan het kortste eind.

Bewustwording en een veilige aanspreekcultuur zijn sleutels voor een veilige zorgrelatie: elkaar complimenten geven als er goed gewerkt wordt, normen en waarden bespreekbaar maken, aanspreken en feedback geven in situaties waarin gedrag vragen oproept, vertrouwen hebben in elkaar.

Ik ga er altijd van uit dat mensen die met mensen werken het beste voor de ander willen en veel van zichzelf willen geven. Uitdaging is collega’s aan te spreken op deze intrinsieke motivatie en belemmeringen te zoeken en op te heffen. De leidraad is een mooie aanleiding om dit gesprek (weer) te openen met elkaar. Met als doel samen te werken aan een norm waarin de beroepscode en de belangen van de oudere centraal staan. Het gaat niet vanzelf, het is een continu proces. Succes!

Ageism en de zorg voor ouderen

Door Marjanne van EsveldMaart 2016

Mijn oom van 92 woont in een verzorgingshuis. Geschokt was ik toen ik hoorde dat hij één keer per dag een schone luier krijgt en één keer in de week onder de douche gaat. Dat dit de norm is in zijn verzorgingshuis. De eerste vraag die bij me opkwam was: waarom meten we met twee maten als het om de kwetsbaren in de samenleving gaat? Gesteld dat dit de norm is in de kinderopvang? Hoe zouden we dan reageren? Mijn aanname is dat er alom verontwaardiging zal zijn. Mijn vraag breng ter sprake in elke training, die ik geef over de aanpak ouderenmishandeling.

In deze trainingen hebben we het over risicofactoren voor ouderenmishandeling, die liggen op het intrapersoonlijke en interpersoonlijke niveau. Over het verlies van functies van de oudere en het daarmee gepaard gaande afhankelijkheid. Ook over de interpersoonlijke kenmerken die een rol spelen: de wederzijdse afhankelijkheid tussen slachtoffer en pleger en over de geschiedenis die mensen met elkaar hebben.

 Contextuele factoren

Yulia Mysyuk deed in haar proefschrift onderzoek naar de contextuele factoren en vroeg naar de zienswijze van ouderen zelf. Ze nam aan dat er in de huidige benaderingswijzen van ouderenmishandeling te veel nadruk wordt gelegd op de individuele factoren Op basis van gesprekken met ouderen spreekt ze over systeemmishandeling. Door de nadruk te leggen op de intra- en interpersoonlijk factoren wordt miskend dat veel ouderen zich (ook) mishandeld of verwaarloosd voelen door ‘het systeem’, door de manier waarop instituties zijn georganiseerd en ouderen bejegenen/benaderen.

Ageism

In Nederland is sprake van ‘ageism‘. Ageism is een combinatie van negatieve houdingen tegenover bejaarden, onjuiste opvattingen over hen, van discriminerende praktijken jegens bejaarden en van beleid van instellingen en overheden, die negatieve stereotypen over ouderen versterken. Ageism zit in het (zorg)systeem en het sluipt in vele vormen in de dagelijkse zorgpraktijk. Onder andere is het aanleiding tot en gevolg van het gebrek aan investering in ‘goede handen’; Het verhaal over de zorg aan mijn oom is illustratief. Deelnemers in mijn trainingen blijken vele voorbeelden in de eigen praktijk te kennen.

De meeste professionals hebben het beste voor met de zorg aan ouderen. Ageism gebeurt echter meestal zonder dat men het zich bewust is. De professionals zelf hebben hun eigen opvattingen over oud zijn, lijden en noodzaak van behandeling. Dat is hun goed recht. Onderzoek toont echter aan, dat de eigen normen en waarden mede bepalend zijn voor wel of niet helpen, doorverwijzen of behandelen. De visie en opvattingen sturen het handelen aan. Voorbeeld: als de oudere naar toilet moet, is het ‘nog niet de tijd’. Routine en tijdschema’s zijn leidend vanwege efficiëntie; de oude, zorgbehoeftige bewoner wordt echter niet op tijd geholpen.

Van de bejaarden ervaart 4% deze discriminatie aan den lijve. In de praktijk wordt deze leeftijdsdiscriminatie nauwelijks aangepakt. Dit probleem vooruitschuiven is ook het teken van ‘ageism’. Opzettelijke discriminatie in de zorg is strafbaar.

Effect van ageism op ouderen

Zorgwekkend is hoe de ouderen op grond van ageism zichzelf gaan zien én gedragen. Zo houden veel mensen er onbewust rekening mee dat ouderen ‘vergeetachtig, dom en traag’ zijn. Echter de ouderen die voortdurend langzaam en begripvol worden toegesproken, gaan vanzelf trager praten, denken en bewegen. Ze gedragen zich naar hoe ze gezien en behandeld worden. Ageism leidt tot minder zelfvertrouwen en eigenwaarde (North & Fiske, 2012). Een juiste aanpak tegen leeftijdsdiscriminatie is te investeren in voorlichting en training aan mantelzorgers, vrijwilligers en professionals. Bewustwording van ageism is een proces dat in gang gezet moet worden. Het gaat om de investering in begeleidingsvaardigheden als aansluiten op de vragen van de oudere en respect voor de autonomie van de oudere. Ik maak me sterk voor verbetering van de kwaliteit van ouderenzorg.

Verder lezen kunt u hier doen. Ook zeer interessant is het artikel over Systeemmishandeling van  Lindenberg,  Mysyuk en Westendorp.

Cultuur als risicofactor voor seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Door Aicha el Ouardani en Wendy Tazelaar, april 2016

De aanrandingen in Keulen van begin dit jaar liggen ons nog vers in het geheugen. Jonge allochtone mannen die Duitse vrouwen aanranden. Terwijl we dit opschrijven voelt het al racistisch. Je mag namelijk geen onderscheid maken. Want ook autochtone mannen randen vrouwen aan, dus mond houden over dit onderwerp. Daar mee zou de discussie klaar kunnen zijn. Of toch niet…. Is er echt een wezenlijk verschil in beleving van seksualiteit tussen de verschillende culturen en mag daarover worden gesproken?

Allochtone kinderen en jongeren lopen een grotere kans slachtoffer te worden van seksueel misbruik dan autochtone leeftijdgenoten, blijkt uit onderzoek van ACB Kenniscentrum (2010). Tergelijkertijd blijkt ook dat allochtone jongens zelf vaker seksuele dwang toepassen en het ook vaker goedkeuren dat er enige druk wordt uitgeoefend op een meisje om seks te krijgen. Meisjes lijken deze houding te accepteren: in hetzelfde onderzoek zeggen allochtone meisjes dat de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen primair bij de vrouw ligt. In allochtone gezinnen blijkt nauwelijks aandacht te zijn voor de seksuele ontwikkeling van de kinderen. Er is van thuis uit ook vaak geen begeleiding bij hun seksuele en relationele vorming. Vanuit dit oogpunt zou cultuur een risicofactor zijn voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Uit het onderzoek van Kenniscentrum seksualiteit Rutgers (2012), ‘ Seks onder je 25stekomen echter duidelijke verschillen in seksueel gedrag naar voeren tussen jongeren uit verschillende culturen. Uit dit kwalitatief onderzoek wordt zichtbaar dat etniciteit of cultuur als losstaande factor niet bepalend is, maar dat de culturele achtergrond van jongeren wel invloed heeft op de leefregels en het denken over seksualiteit, dat jongeren van thuis meekrijgen. Bovendien zijn er onder jongeren van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst veel jongeren die religieus worden opgevoed en religie heeft wel een duidelijke invloed op seksuele loopbaan, zoals Seks onder je 25ste ook laat zien. De diversiteit binnen de onderzoeksgroep is enorm groot, niet alleen tussen groepen met een verschillende etnische achtergrond, maar net zo goed binnen deze groepen. Twee meisjes of jongens, zelfde leeftijd, etniciteit, opleidingsniveau en religie kunnen een heel andere beleving hebben van liefde en seks en heel andere keuzes maken. Het is dus blijkbaar niet zo makkelijke om slechts cultuur als risicofactor te zien voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wat speelt hier dan wel mee en hoe kan je als professional mee om gaan?

 Seksualiteit daar praat je toch niet over met kinderen:

Te vaak horen wij in trainingen dat men bang is om kinderen vroeg voor te lichten en te vertellen over seksualiteit. Zelfs deze week verscheen in het nieuws dat seksuele voorlichting vaker en uitgebreider besproken moet worden omdat kinderen daar behoefte aan hebben, zo bleek eerder deze week uit onderzoek van Kenniscentrum seksualiteit Rutgers en het NOS Jeugdjournaal. Maar hoe doe je dat? De angst van veel ouders en soms ook professionals is dat kinderen hierdoor juist vroeger aan seks zouden beginnen. Het tegendeel is echter waar. Door eerlijk en open met kinderen in gesprek te gaan, aansluitend op hun vragen en hun niveau beginnen jongeren juist later en meer bewust en voorbereid met seks.

Wij pleiten dan ook voor een goede en uitgebreide voorlichting aan alle Nederlandse kinderen en hun ouders en opvoeders. In de individuele begeleiding van jongeren en kinderen dient rekening gehouden te worden met de verschillende achtergronden en visie op seksualiteit van jongeren. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen!

Doen! heeft rondom dit thema een training ontwikkeld: Seksueel grensoverschrijdend gedrag van jongeren en culturele diversiteit’.