Cultuur als risicofactor voor seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Door Aicha el Ouardani en Wendy Tazelaar, april 2016

De aanrandingen in Keulen van begin dit jaar liggen ons nog vers in het geheugen. Jonge allochtone mannen die Duitse vrouwen aanranden. Terwijl we dit opschrijven voelt het al racistisch. Je mag namelijk geen onderscheid maken. Want ook autochtone mannen randen vrouwen aan, dus mond houden over dit onderwerp. Daar mee zou de discussie klaar kunnen zijn. Of toch niet…. Is er echt een wezenlijk verschil in beleving van seksualiteit tussen de verschillende culturen en mag daarover worden gesproken?

Allochtone kinderen en jongeren lopen een grotere kans slachtoffer te worden van seksueel misbruik dan autochtone leeftijdgenoten, blijkt uit onderzoek van ACB Kenniscentrum (2010). Tergelijkertijd blijkt ook dat allochtone jongens zelf vaker seksuele dwang toepassen en het ook vaker goedkeuren dat er enige druk wordt uitgeoefend op een meisje om seks te krijgen. Meisjes lijken deze houding te accepteren: in hetzelfde onderzoek zeggen allochtone meisjes dat de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen primair bij de vrouw ligt. In allochtone gezinnen blijkt nauwelijks aandacht te zijn voor de seksuele ontwikkeling van de kinderen. Er is van thuis uit ook vaak geen begeleiding bij hun seksuele en relationele vorming. Vanuit dit oogpunt zou cultuur een risicofactor zijn voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Uit het onderzoek van Kenniscentrum seksualiteit Rutgers (2012), ‘ Seks onder je 25stekomen echter duidelijke verschillen in seksueel gedrag naar voeren tussen jongeren uit verschillende culturen. Uit dit kwalitatief onderzoek wordt zichtbaar dat etniciteit of cultuur als losstaande factor niet bepalend is, maar dat de culturele achtergrond van jongeren wel invloed heeft op de leefregels en het denken over seksualiteit, dat jongeren van thuis meekrijgen. Bovendien zijn er onder jongeren van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst veel jongeren die religieus worden opgevoed en religie heeft wel een duidelijke invloed op seksuele loopbaan, zoals Seks onder je 25ste ook laat zien. De diversiteit binnen de onderzoeksgroep is enorm groot, niet alleen tussen groepen met een verschillende etnische achtergrond, maar net zo goed binnen deze groepen. Twee meisjes of jongens, zelfde leeftijd, etniciteit, opleidingsniveau en religie kunnen een heel andere beleving hebben van liefde en seks en heel andere keuzes maken. Het is dus blijkbaar niet zo makkelijke om slechts cultuur als risicofactor te zien voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wat speelt hier dan wel mee en hoe kan je als professional mee om gaan?

 Seksualiteit daar praat je toch niet over met kinderen:

Te vaak horen wij in trainingen dat men bang is om kinderen vroeg voor te lichten en te vertellen over seksualiteit. Zelfs deze week verscheen in het nieuws dat seksuele voorlichting vaker en uitgebreider besproken moet worden omdat kinderen daar behoefte aan hebben, zo bleek eerder deze week uit onderzoek van Kenniscentrum seksualiteit Rutgers en het NOS Jeugdjournaal. Maar hoe doe je dat? De angst van veel ouders en soms ook professionals is dat kinderen hierdoor juist vroeger aan seks zouden beginnen. Het tegendeel is echter waar. Door eerlijk en open met kinderen in gesprek te gaan, aansluitend op hun vragen en hun niveau beginnen jongeren juist later en meer bewust en voorbereid met seks.

Wij pleiten dan ook voor een goede en uitgebreide voorlichting aan alle Nederlandse kinderen en hun ouders en opvoeders. In de individuele begeleiding van jongeren en kinderen dient rekening gehouden te worden met de verschillende achtergronden en visie op seksualiteit van jongeren. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen!

Doen! heeft rondom dit thema een training ontwikkeld: Seksueel grensoverschrijdend gedrag van jongeren en culturele diversiteit’.