Wet meldcode (2019)

De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Aan de hand van 5 stappen bepalen professionals of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet.  Iedere organisatie en zelfstandige professional ontwikkelt een eigen meldcode met daarin 5 stappen. Iedere organisatie is wettelijk verplicht om deze 5 stappen in haar meldcode op te nemen.

  1. Breng de signalen in kaart.
  2. Overleg met een (interne) collega, bijvoorbeeld een aandachtsfunctionaris. En/of vraag (anoniem) advies van Veilig Thuis. Of raadpleeg een deskundige op het gebied van letselduiding.
  3. Ga in gesprek met de betrokkene(n).
  4. Weeg het huiselijk geweld, kindermishandeling of ouderenmishandeling. Bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen.
  5. Beslis over zelf hulp organiseren of melden bij Veilig Thuis

In de eerste drie stappen breng je signalen zorgvuldig in kaart, overleg je met een deskundige collega en spreek je met de betrokkenen over de zorgen die je hebt. In stap 4 weeg je al deze informatie af. Als je zorgen zijn weggenomen, sluit je de meldcode. Heb je nog steeds een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld, dan neem je in stap 5 een beslissing over melden en hulpverlenen.

Per 1 januari 2019 verandert de meldcode. Het wordt een professionele norm om melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute en structurele onveiligheid. De 5 stappen uit de meldcode blijven bestaan, maar stap 4 en 5 worden aangepast. In stap 5 vervalt het onderscheid tussen hulp verlenen of melden. De beroepskracht neemt in de nieuwe situatie twee losse besluiten:

  1. Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk?
  2. Is zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk?

Als hulpmiddel om te komen tot het besluit om te melden is het per 1 januari 2019 verplicht om als beroepskracht een afwegingskader te gebruiken in stap 4 en 5 van de meldcode.

Dit afwegingskader helpt hen bij het wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en bij het beslissen. De afwegingskaders voor in de meldcode zijn in de eerste helft van 2018 opgesteld door de beroepsgroepen die vallen onder de meldcode. In de tweede helft van 2018 wordt er met de afwegingskaders geoefend. De afwegingskaders die gemaakt zijn door de beroepsgroepen vindt u in de Toolkit huiselijk geweld en kindermishandeling.

 

De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling werkt! Professionals die werken
met een meldcode grijpen drie keer zo vaak in bij vermoedens van huiselijk geweld
en kindermishandeling. De meldcode is verplicht voor de volgende sectoren:
(jeugd)gezondheidszorg, waaronder geestelijke gezondheidszorg en Awbz-zorg, jeugdzorg, onderwijs – van basisschool tot en met hoger onderwijs, leerplicht, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning- zoals jongerenwerk, welzijnswerk, peuterspeelzalen, ouderenwerk en maatschappelijk werk en justitie waaronder het Centraal orgaan Opvameldcodeng Asielzoekers.

Daarnaast geldt de wet voor vrij gevestigde beroepskrachten die onder artikel 3 of artikel 34 van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg vallen, zoals: artsen, verpleegkundigen, verloskundigen, tandartsen, apothekers, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten, podotherapeuten en ergotherapeuten.

De trainers en adviseurs van Doen! zijn gecertificeerd door Movisie,  JSO en  Trainer Huiselijk Geweld voor het geven van trainingen over de meldcode. Daarnaast hebben wij vele verdiepingen op de thema’s huiselijk geweld en kindermishandeling ontwikkeld. In de kolom rechts vindt u een overzicht van onze trainingen.

Voor meer informatie over signalen en handelen:

Signalenlijsten  voor kindermishandeling, ontwikkeld door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) kunt u hier vinden.

Movisie heeft een factsheet ouderenmishandeling ontwikkeld, deze vindt u hier.

Meer informatie over de werkwijze van Veilig Thuis vindt u hier.